De 5 zintuigen van het paard zijn:
- Reuk
- Gehoor
- Smaak
- Gevoel
- Gezichtsvermogen
Reuk:
Paarden kunnen veel beter ruiken dan mensen. Het reukvermogen heeft een belangrijke functie, n.l. om te ruiken wat er in zijn omgeving gebeurt. Feromonen (geurtjes) mest, zweet, urine, zo herkennen ze de kudde en merries hun veulens. En natuurlijk iedereen kent het fenomeen van het paard dat zijn stal ruikt. Tevens wordt het reukvermogen gebruikt om de versheid en smakelijkheid van het voedsel en water te keuren. Soms zie je paarden "flemen"dan krullen ze de lip omhoog om makkelijker te ruiken dmv het orgaan van Jacobsen in de neusholte.
Gehoor:
Een paard kan veel beter horen dan jij dat is zeker. Met hun grote oren horen ze super hoge tonen die wij niet kunnen horen. De beweeglijkheid van de oren laat ze het geluid van alle kanten opvangen. We weten allemaal als de oortjes naar voor staan is het paard attent en hoort het iets wat wij niet kunnen horen. De lichaamstaal van de oren vertelt ons ook wanneer ze iets niet zint dan liggen de oren plat in de nek. Staat het paard op zijn gemak te soezen dan hangen de oortjes er ontspannen bij.
Smaak:
Misschien houd jij erg van ijs en vindt spruiten vies. Dat heeft met smaak te maken. Zo houd het ene paard van worteltjes en de ander van appeltjes. Dit is dus net zo als bij mensen. Beschimmeld eten halen we ons neus voor op zo ook het paard. Troebel water wordt afgekeurd let dus altijd op dat je vers en smakelijk voer en drinken aanbied.
Gevoel:
Dit is ook een belangrijk zintuig van het paard. Elke aanraking streling wordt ervaren, en een goede borstelbeurt geniet je paard van. Dit gevoel zie je goed als er een vlieg verwijdert moet worden dan zie je de onderhuidse spieren samentrekken. De tastharen rond de neus zijn net zo gevoelig als onze vingertoppen. Zie eens hoe dat ene brokje biks nog tussen het stro opgepeuzeld wordt. In de kudde staan ze dicht tegen elkaar aan en knabbelen aan elkaar.
Ook als wij ze kriebelen genieten ze hiervan.
Gezichtsvermogen:
De grote ogen daar kunnen ze goed mee zien, echter snelle verandering van licht vraagt enige inspanning. De pupil moet zich hier eerst op aanpassen. Bij het paard zitten de ogen aan de zijkant van het hoofd dit geen goed zicht naar voor met beide ogen, zijwaarts kan dan dus maar met een oog, wat verklaart dan een paard vaak het hoofd went. Achterwaarts heeft het paard geen zicht, wat verklaart als je onaangekondigd van achter nadert dat het paard kan schrikken met een reaktie die je niet graag wilt. Maar kijk ze eens diep in die grote donkere ogen en zie de ziel van het paard.